HOME

logo_rood

“Wat je bezit, is op weg naar anderen” (Willem Hussem)

 

Ger en Wilma Bernadet

MALcollection, Modern Art Loppersum, is een kunstverzameling die het resultaat is van 45 jaar passie voor de hedendaagse beeldende kunst.

De collectie is ambitieus doordat zij gericht is op ontluikende talenten, met een potentieel om opgenomen te worden in museale collecties.

Onze missie is om kunst te delen met anderen:

  • Een deel van de collectie is te koop of te huur (zie VERHUUR)
  • Verder schenken we ook werken aan Nederlandse musea. Zo hebben we inmiddels schenkingen gedaan aan het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Stedelijk Museum Schiedam, het Drents Museum in Assen, het Groninger Museum, het Museum Arnhem, het museum De Fundatie in Zwolle, Museum Belvédère in Heerenveen, het Noordbrabants Museum in ‘s-Hertogenbosch en het Centraal Museum Utrecht. In totaliteit betreft het inmiddels 88 kunstwerken. Op deze manier proberen we werken van jonge kunstenaars binnen museale collecties opgenomen te krijgen.

Dit maakt het ook mogelijk iedere keer nieuwe keuzes te maken, waardoor onze collectie levend en dynamisch blijft en gericht is op de werken van morgen.

Wij zijn aangesloten bij Independent Collectors, een wereldwijd platform van kunstverzamelaars. Ook via die website is een deel van onze collectie zichtbaar.

Wij ondersteunen de Vereniging Rembrandt bij het verwerven van belangrijke kunst voor Nederlandse musea.

Ger van Dam en Wilma Kuiper, 

Modern Art Loppersum

…………………………………………………………………………………………………………………

Geschiedenis van het MAL, ofwel “Leven is het onverwachte omarmen”

Mijn beide ouders hebben alleen lager onderwijs genoten en al vanaf hun 14e jaar moesten zij aan de arbeid. Mijn vader is altijd vrachtautochauffeur geweest en mijn moeder later huisvrouw met vier kinderen. Beeldende kunst maakte daarom geen deel uit bij ons in huis of in mijn jeugd.

Aanvankelijk kon ik niet zo goed leren en daarom moest ik van mijn ouders naar de lagere technische school om zo een vak te leren, dat werd elektrotechniek.  Hierna volgde met goed gevolg de middelbare technische school in de elektrotechniek. Technisch gericht onderwijs, waar kunst maar in heel geringe mate aandacht kreeg.

Op mijn 20e jaar, in 1970,  volgde “automatisch” de militaire dienstplicht, specifiek de onderofficiersopleiding. Dat was een heel belangrijk moment. Ik werd daardoor uit mijn tot dan toe vertrouwde huiselijke omgeving gehaald (“doe maar gewoon, zorg dat een ander geen last van je hebt”, braaf huiswerk maken en een beetje sporten) en kwam plots bij toeval op een kamer met (oudere) dienstmaten, die heel andere (HBS/HBO)opleidingen hadden gevolgd en geheel andere visies op de wereld uitdroegen. Daar zat iemand een dichtbundel te lezen, een ander het boek van Jan Tinbergen, die toen net daarvoor de Nobelprijs voor economie had gewonnen en nog weer een ander las dagelijks de Volkskrant en het opinieblad de Haagse Post en maakte zich zorgen over het voortbestaan van de wereld (Club van Rome, 1972). Ik wist niet wat me overkwam, maar had wel direct het besef dat ik die invloeden fascinerend vond en en dat ik die voor mij onbekende ontwikkelde en culturele wereld ook wilde gaan ontdekken. Ik begon daarop (via tips van de dienstmaten) als eerste met het lezen van  de bekende schrijvers Wolkers en Reve, nam ik een abonnement op het cultureel jongerenpaspoort om zo met fikse kortingen naar voorstellingen te kunnen bezoeken en startte met – letterlijk  angst en beven – en veel onzekerheid en verlegenheid aan de inhaalrace op het cultureel vlak. Bezoeken volgde aan toneel, dans en ballet en klassieke muziek. Overweldigend, ook al begreep ik door gebrek aan kennis niet altijd alles even goed. Maar de eerste belangrijke stappen waren gezet. De inhaalrace was begonnen.

Na de militaire dienst (1972) vond een tweede belangrijke toevallige gebeurtenis plaats. Ik kwam te werken op een tekenkamer van een ingenieursbureau, dat vlak nabij museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam was gevestigd. Een daar werkende collega was geïnteresseerd in beeldende kunst en die stelde vaak voor om in de lunchpauze bij museum Boijmans te gaan kijken. De PvdA had destijds de meerderheid in de Gemeenteraad van Rotterdam en daarom was alle dagen het gemeentelijke museum Boijmans gratis toegankelijk voor iedereen. Dus snel een broodje eten op het werk, 5 minuten lopen naar het museum, 20 minuten daar kijken en weer 5 minuten terug. Dat bijna iedere dag, week in, week uit. Kabinet voor kabinet met de vaste collectie of een blik op de wisselexposities, met daarbij ook indrukwekkende hedendaagse kunst.

Zo leerde ik in twee jaar de vaste collectie een beetje kennen met kunst vanaf 1500 tot heden. Renilde Hammacher was daar toentertijd conservator en zij organiseerde veel exposities rond het surrealisme, oa Delvaux, Labisse en de grote Dali-tentoonstelling. Dat alles maakte enorme indruk op mij.  Het schilderij “De slapende wandelaarster” van Pyke Koch was snel mijn favoriete kunstwerk in Boijmans. Zo iets zou ik ook wel graag zelf bezitten. Tot dan dacht ik dat kunst alleen bestemd was voor rijke mensen of musea, maar door de aanbiedingen “Prent van de maand” van het NRC Handelsblad kon ik in 1973 mijn eerste grafiekwerkje in oplage kopen van Alain Teister. In 1974 volgde mijn eerste echte schilderij en via de galerie van Fenna de Vries (tegenover Boijmans gevestigd) een kleine houten sculptuur van Kees Franse, zijn bekende houten appels.

Hierna volgde jaren waarin ik een sociale HBO dagopleiding volgde in Tilburg, huwelijk en  de opbouw van huis & haard, een auto en geld besteden aan (vooral) culturele vakanties, waardoor de blik op de kunst en cultuur zeer werd verbreed, maar het nog nauwelijks kwam tot verdere kunstaankopen.

Na mijn latere scheiding (1995) is de kunst een heel belangrijke factor geworden en volgde vele aankopen van met name jong afgestudeerden van de kunstacademies Minerva en kort  later ook van het Frank Mohr-Instituut (2e fase-opleiding MFA) in Groningen.  Inmiddels via het regelmatig bezoeken van kunstbeurzen in het buitenland zijn er ook werken van internationale jonge kunstenaars binnen de collectie gekomen. Bij de internationale opzet is ook van belang, dat het kunstonderwijs in Groningen de afgelopen 10 jaar zeer sterk is geglobaliseerd en veel buitenlandse studenten van heinde en verre hier verblijven. We onderzoeken inmiddels een breed spectrum van kunstuitingen, dit voor zover dat in en rondom een woning mogelijk is.

Mijn echtgenote Wilma omarmt de kunst in volle mate en is sinds twaalf jaar een zeer inspirerende factor. Bijzonder hierbij is dat zij vlak bij mij woont, 1 straatje verder op, en zij na haar scheiding nieuwe kunst wilde in haar woning, dit als aanvulling op een net verbouwde keuken. Dit als een nieuw begin in haar woning. Zij belde mij op, omdat zij wist dat “ik van de kunst was” en zij mogelijk inspiratie kon opdoen vanuit mijn collectie. Zij was erg onder de indruk van twee schilderijen vanuit mijn collectie en die hebben daarna vele jaren in haar slaapkamer gehangen. Inmiddels zijn we getrouwd (2014) en omarmt ook haar huis de kunst in zeer ruime mate.

Haar dochter Annalie maakt deel uit van ons collectief en zij beheert mede onze website.

Inmiddels zijn vanaf 1973 meer dan 420 kunstwerken aangekocht (de tel zijn we allang kwijt), waarvan er inmiddels 88 aan diverse musea zijn geschonken. Het hoogtepunt daarbinnen vond plaats in 2013 met de schenking van twee kunstwerken aan het museum Boijmans Van Beuningen, daar waar de liefde voor de beeldende kunst ooit is ontstaan en de cirkel zich zo heeft kunnen sluiten.

Ger van Dam, april 2019