HOME

logo_rood

“Wat je bezit, is op weg naar anderen” (Willem Hussem)

 

Ger en Wilma Bernadet

MALcollection, Modern Art Loppersum, is een kunstverzameling die het resultaat is van 40 jaar passie voor de hedendaagse beeldende kunst.

De collectie is ambitieus doordat zij gericht is op ontluikende talenten, met een potentieel om opgenomen te worden in museale collecties.

Onze missie is om kunst te delen met anderen:

  • Een deel van de collectie is te koop of te huur (zie VERHUUR)
  • Verder schenken we ook werken aan musea. Zo hebben we inmiddels schenkingen gedaan aan het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Stedelijk Museum Schiedam, het Drents Museum in Assen, het Groninger Museum, het Museum Arnhem en het museum De Fundatie in Zwolle. In totaliteit betreft het inmiddels 82 kunstwerken.

Dit maakt het mogelijk iedere keer nieuwe keuzes te maken, waardoor de collectie levend en dynamisch blijft en gericht blijft op de werken van morgen.

Wij zijn aangesloten bij Independent Collectors, een wereldwijd platform van kunstverzamelaars. Ook via die website is een deel van onze collectie zichtbaar.

Wij ondersteunen de Vereniging Rembrandt bij het verwerven van belangrijke kunst voor Nederlandse musea.

Ger van Dam en Wilma Kuiper, 

Modern Art Loppersum

…………………………………………………………………………………………………………………

Geschiedenis van het MAL, ofwel “Leven is het onverwachte omarmen”

Mijn beide ouders hebben alleen lager onderwijs genoten en al vanaf hun 14e jaar moesten zij aan de arbeid. Mijn vader is altijd vrachtautochauffeur geweest en mijn moeder later huisvrouw met vier kinderen. Beeldende kunst maakte daarom geen deel uit bij ons in huis of in mijn jeugd.

Aanvankelijk kon ik niet zo goed leren en daarom moest ik van mijn ouders naar de LTS om een vak te leren, dat werd elektrotechniek.  Hierna volgde met goed gevolg de MTS in de elektrotechniek. Technisch onderwijs, waar kunst maar in heel geringe mate aandacht kreeg.

Op mijn 20e jaar, in 1970,  volgde “automatisch” de militaire dienstplicht, specifiek de onderofficiersopleiding. Dat was een heel belangrijk moment. Ik werd uit mijn tot dan vertrouwde omgeving gehaald (doe maar gewoon, zorg dat een ander geen last van je hebt, braaf je huiswerk maken en een beetje sporten) en kwam plots op een kamer met (oudere) dienstmaten. die heel andere (HBO)opleidingen hadden gevolgd en andere visies op de wereld uitdroegen. Daar zat iemand een dichtbundel te lezen, een ander het boek van Jan Tinbergen die toen net de Nobelprijs voor economie had gewonnen en nog weer een ander las de Volkskrant en de Haagse Post en maakte zich zorgen over het voortbestaan van de wereld. Ik wist niet wat me overkwam, maar had wel direct het besef dat ik die invloeden fascinerend vond en en dat ik die voor mij onbekende ontwikkelde en culturele wereld ook wilde gaan ontdekken. Ik begon daarop als eerste met het lezen van  de bekende schrijvers Wolkers en Reve, nam ik een abonnement op het cultureel jongerenpaspoort en startte met – letterlijk  angst en beven – en veel onzekerheid en verlegenheid aan de inhaalrace op het cultureel vlak. Bezoeken volgde aan toneel, dans en ballet en klassieke muziek.

Na de militaire dienst (1972) vond een tweede belangrijke gebeurtenis plaats. Ik kwam te werken op een tekenkamer van een ingenieursbureau, dat vlak nabij museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam was gevestigd. Een daar werkende collega was geïnteresseerd in beeldende kunst en die stelde vaak voor om in de lunchpauze bij museum Boijmans te gaan kijken. De PvdA had destijds de meerderheid in de Gemeenteraad van Rotterdam en daarom was alle dagen museum Boijmans gratis toegankelijk voor iedereen. Dus snel een broodje eten op het werk, 5 minuten lopen naar het museum, 20 minuten daar kijken en weer 5 minuten terug. Dat bijna iedere dag, week in, week uit. Kabinet voor kabinet en een blik op de wisselexposities, met daarbij ook indrukwekkende hedendaagse kunst.

Zo leerde ik in twee jaar de vaste collectie een beetje kennen met kunst vanaf 1500 tot heden. Renilde Hammacher was daar toentertijd conservator en zij organiseerde veel exposities rond het surrealisme, oa Delvaux, Labisse en de grote Dali-tentoonstelling. Dat alles maakte enorme indruk op mij. “De slapende wandelaarster” van Pyke Koch was mijn favoriete kunstwerk in Boijmans. Zo iets zou ik ook wel graag zelf bezitten. Tot dan dacht ik dat kunst alleen voor rijke mensen en musea bereikbaar waren, maar door de prent van de maand van het NRC kon ik in 1973 mijn eerste grafiekwerkje kopen van Alain Teister. In 1975 volgde mijn eerste echte schilderij en een kleine houten sculptuur van Kees Franse, zijn bekende houten appels.

Hierna volgde jaren waarin ik een sociale HBO dagopleiding volgde in Tilburg, huwelijk en  de opbouw van huis & haard, een auto en geld besteden aan (vooral) culturele vakanties, waardoor de blik op de kunst werd verbreed, maar het nauwelijks kwam tot verdere kunstaankopen.

Na mijn latere scheiding (1995) is de kunst een heel belangrijke factor geworden en volgde vele aankopen van met name jong afgestudeerden van de kunstacademies Minerva en kort  later ook van het Frank Mohr-instituut (2e fase-opleiding) in Groningen.  Inmiddels via het regelmatig bezoeken van kunstbeurzen in het buitenland zijn er ook werken van internationale jonge kunstenaars binnen de collectie gekomen en onderzoeken we een breed spectrum van kunstuitingen, dit voor zover dat in en rondom een woning mogelijk is.

Mijn echtgenote Wilma omarmt de kunst in volle mate en is sinds acht jaar een zeer inspirerende factor. Bijzonder hierbij is dat zij vlak bij mij woont, 1 straatje verder op, en zij na haar scheiding nieuwe kunst wilde in haar woning, dit als aanvulling op een net verbouwde keuken. Dit als een nieuw begin in haar woning. Zij belde mij op, omdat zij wist dat ik van de kunst was en zij mogelijk inspiratie kon opdoen vanuit mijn collectie. Zij was erg onder de indruk van twee werken vanuit mijn collectie en die hangen nu in haar slaapkamer. Inmiddels zijn we getrouwd (2014) en omarmt ook haar huis de kunst in ruime mate.

Inmiddels zijn vanaf 1973 meer dan 350 kunstwerken aangekocht, waarvan er inmiddels 81 aan diverse musea zijn geschonken. Het hoogtepunt daarbij volgde in 2013 met de schenking van twee kunstwerken aan het museum Boijmans Van Beuningen, daar waar de liefde voor de beeldende kunst ooit is ontstaan en de cirkel zich zo heeft kunnen sluiten.

Ger van Dam, 2016